Grootsheid,  Inspiratie,  Liefde

(On)dankbaar

In de interactie met een ander kunnen de woorden ‘dank je wel’ heel belangrijk zijn. Soms merk je dat pas wanneer ze níet gezegd worden. Wat iemand doet of niet doet, zegt of niet zegt, kan bij mij heel anders overkomen dan bij jou. Mijn perceptie kan immers anders zijn dan die van jou. Daarom is het interessant eens stil te zijn bij jouw interpretatie van de (on)dankbaarheid van de ander.

Drie woordjes

‘Dank je wel.’ Het zijn maar drie woordjes. Het kost niet veel om ze uit te spreken, en toch gebruiken mensen ze weinig. Te weinig, vind ik. Maar goed, misschien ben ik dan wel weer één van die personen die ze teveel gebruiken. Kan ook. Ik leer zelf ook nog elke dag. 😉

Maar… Als ik jou iets geef, zomaar, omdat ik vind dat je het verdient… Of als ik iets voor jou doe, omdat ik zie dat je wel wat hulp kan gebruiken… Dan is het toch niet teveel moeite om daar ‘dank je wel’ voor te zeggen?

Of als je me teleurstelt… Als je afwijst wat ik voor je wilde doen, is het dan zo vreemd dat ik je ondankbaar vind, omdat je niet ‘dank je wel’, of ‘sorry’ zegt?

Oordelen

Ik ben me steeds meer bewust van de gedachten én oordelen die ik heb op zo’n moment. Die oordelen gaan niet alleen over de ander, maar ook over mij. Als ik mezelf betrap op het oordeel dat ik de ander ondankbaar vind, vind ik mezelf vaak helemaal niet zo aardig meer. Natuurlijk kunnen anderen ‘nee’ zeggen! Ik bedoelde het goed. Waarom gaat het er dan om of ze wel of geen dankbaarheid tonen? Dat doet toch niets af aan mijn intentie?

Ben ik ondankbaar?

Na jaren van zelfreflectie weet ik dat wat ik zie in de wereld, een spiegel is van wat ik voel van binnen. Ik weet dat ik een hoge standaard hanteer als het gaat om dankbaarheid tonen. Ergens zou het best kunnen dat ik daarin te ver ga. Wellicht is er een gevoel in mij dat ik nooit de balans weer recht kan trekken. Dat wat zij doen in vergelijking met wat ik doe altijd méér is.

Ik ben me bewust dat mijn ‘geven’ niet zomaar geven is. Dat ik een transactie doe: ik geef jou iets en verwacht er iets voor terug. Of wanneer jij mij iets geeft, ben ik je nu iets schuldig.

Maar ik wil oprecht iets goeds doen voor de ander. Ik wil niet dat de ander in de put zit, of dat ik alles antwoorden heb, maar waarom zou hij of zij het afwijzen? Het zou toch kunnen helpen?

En daar is ‘ie

Daar is het pijnpunt. Daar zit toch een transactie en – ai! – een oordeel. Ik vind op zo’n moment dat de ander mij zou moeten laten toestaan hulp te bieden. Ik zie de ander op dat moment niet in zijn of haar grootsheid.

Hij of zij is zelf verantwoordelijk voor het klimmen uit die put. Ik kan een touw naar ze gooien, maar hij of zij besluit wel of niet te klimmen. Hij of zij is zelf degene die het touw moet grijpen. Dat is niet aan mij. En die verantwoordelijkheid zou ik ook helemaal niet moeten willen!

CONCLUSIE

Mijn hulp gaat tot waar jij me toestaat te helpen. En als ik jou niet kan helpen, dan ben ik degene die dit heeft te accepteren. Liefdevol. Voor jou. Maar ook voor mezelf.

En weet je, ik kan er dan ook voor kiezen erop te vertrouwen dat je het prima zelf kunt. Dat je me weet te vinden als je me nodig zou hebben. Dat dát je juist groots maakt.

Ook dat is liefde.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *